Hierbij mijn evaluatie van het scheidsen.
Ten eerste, ik vind scheidsen een heel leuke taak. Het eist superveel concentratie en je moet elke keer goed nadenken nadat er een fout wordt gemaakt. Soms nam het wat tijd bij mij om te beslissen; zodra de bal de grond (of het dak) raakte, ging ik in m’n hoofd herhalen hoe de laatste ongeveer 5 seconden van het spel eruit zagen. Dus, die speelde de bal naar achter, vervolgens gaat de bal uit.
Oke, dan heeft het team die de bal uitspeelde dus de fout gemaakt. Punt voor de andere kant. Want bij m’n eerste wedstrijd scheidsen ging ik heel overhaast beslissingen nemen omdat ik dacht dat het snel moest. Maar toen heeft Karel tegen mij gezegd dat ik gewoon goed moest nadenken en daarbij de tijd mocht nemen. Sindsdien ging alles een stuk soepeler en werd het helderder.
Het is natuurlijk heel onprettig als je een kant een punt geeft en je krijgt de andere kant tegen je aan, zeggend van: “Hee maar scheids, die was uit!”. Maar ik weet dat mijn eigen team dat ook vaak zegt zodat de scheidsrechter z’n beslissing keert, ondanks dat deze rechtvaardig was. Dus als ik zulk soort opmerkingen hoorde keek ik gewoon heel strak voor me uit, alsof ik het niet hoorde en dan stopte het ook vrij snel. En dan heb je ook nog van die coaches die af en toe tegen je gaan schreeuwen. Het enige wat ik toen deed is gewoon ze heel diep en lang aankijken zonder iets te zeggen en zo stopte die ook vaak. Ik heb geen idee of ik een zeer intimiderende scheidsrechter was maar het heeft gewerkt. Want ja, ik ben natuurlijk nog jong en klein dus mensen voelen zich al snel stoer genoeg om tegen mij in te gaan, maar als je ze vervolgens heel erg emotieloos en strak aankijkt houden ze wel op. Het kan natuurlijk zijn dat ze gelijk hadden, dat de bal echt in of uit was. Maar sorry, dat heb ik dan verkeerd gezien en de scheidsrechter beslist. Iedereen maakt wel eens fouten. En daar kan je als team heel lang mee zitten of gewoon lekker doorspelen en proberen dat punt terug te pakken.
Ik ben wel door het scheidsen in gaan zien hoe eng het eigenlijk is. Wij roepen als team ook wel eens iets tegen de scheidsrechter, maar toen ik het voor het eerst zelf deed voelde ik pas hoe hard zoiets aan kan komen. Je hebt meteen het gevoel dat je iets fout hebt gedaan. Daarom roep ik nu in m’n eigen wedstrijd ook niks meer tegen de scheidsrechter. Ik vond de situaties aan het net het moeilijkst te scheidsen. Tikballetjes, netfouten, voeten over lijnen. Als beide teams dat doen, voor wie is dan het punt? Daarom is dat herhalen belangrijk. Oke, die raakte het net aan maar dat had geen verdere invloed op het spel. Zijn voet ging over de lijn, maar niet de hele voet. Zij tikte als laatst de bal aan, en daardoor viel die aan de andere kant op de grond. Dan hebben zij dus een punt. En als ik er echt geen pijl aan kon trekken, gaf ik simpelweg dubbelfout aan.
Ik vond 2e scheidsrechter zijn makkelijker, maar minder leuk. In die grote stoel zitten en het spel leiden is toch wel wat leuker. Het was wel vervelend als er een bal uitgaat aan de kant van de 2e scheidsrechter, want ik kan dan niet goed zien of ie nou in of uit was. Dan moest ik m’n keuze puur baseren op wat de 2e scheidsrechter deed. Maar ja, dan gaat het team die geen punt krijg mij aankijken voor het fout oordelen. Sorry jongens, dat is niet mijn kant. Er kunnen sowieso over het algemeen best veel onenigheden ontstaan tussen de 1e & 2e scheidsrechter. De een vond hem uit, de ander niet. Ik ben dan wel zo’n persoon die al vrij snel de fout bij zichzelf neerlegt, dus in dat soort gevallen paste ik me aan aan de keuze van ander. Het is ook gewoon heel leuk om andere mensen te zien volleyballen. Je herkent dingen uit je eigen spel maar ziet ook nieuwe dingen. En als je vóór je eigen wedstrijd moet scheidsen, heb je na afloop ook super veel zin om zelf te gaan knallen. Hoe dan ook, ik vond het scheidsen heel leuk om te doen en ik hoop dat ik nog veel meer mag scheidsen.
Met vriendelijke groet, Rosalie van Slobbe